Categorie archief: Tja

Dorpse inburgering

Sinds een tijdje wonen we in Velp. Een dorp. En dat is wel even wennen na heel veel jaar in superstad Groningen. Eén van de plekken die enorm hielp om de overgang te vereenvoudigen was de geweldige kringloopwinkel hier. Helaas is hij inmiddels al weer opgedoekt (ik vrees dat ik één van de weinige kopende klanten was), maar oooooo wat heb ik er mooie dingen gevonden!

Keukengeheimen

Een paar maanden geleden werd ik gevraagd voor de rubriek Fijne Proevers in Esta. Ik kreeg een vragenlijst opgestuurd met het verzoek om deze in te vullen. Zo gedaan, dacht ik nog. Maar jeetje, wat was dat een werk. Ineens moest ik keihard nadenken over belangrijke levensvragen. Zoals daar zijn: Wat is je favoriete keukentool? Waar fiets je voor om? En de zeer confronterende vraag: Wat voor ingrediënt zou je zelf graag willen zijn?  Zwoegend en zwetend heb ik de hele lijst ingevuld. Alle 36 vragen. En ik stuurde netjes de gevraagde foto’s op. Maar helaas, voor het tot publicatie kwam, werd de rubriek opgeheven. Zucht. Zou het hier iets te maken hebben?

Omdat ik zo mijn best heb gedaan op het beantwoorden van deze vragen, wil ik toch een aantal antwoorden delen :-)

Door wie ben je geïnspireerd?
Als kind was ik al gek op koken. Eén van mijn eerste pogingen om wat geld bij te verdienen was door boterkoeken te verkopen in de buurt. Goedkoop en makkelijk. Zelfs voor een tienjarige. Waarschijnlijk heb ik dat vooral van mijn moeder. Zij was altijd al in de weer met eten maken en conserveren. Haar diepvries en voorraadkast zijn nog steeds gevuld met allerlei zelfgemaakte jams, worsten, wijnen enzovoorts. Mijn vader is ook al zo’n keukenheld, net als zijn vader dat ooit was.

Wat is je favoriete keukentool?
De Universal Food Baller, die ik kreeg van mijn vriend. Dat is een tang waarmee je van alle mogelijke etenswaren balletjes kunt maken. Volgens de enorm pretentieuze verpakking tenminste. Hij werkt voor geen meter, maar die complete nutteloosheid vind ik eigenlijk nogal geweldig.

Wat is je favoriete pannenmerk?
Ik heb ooit het oude, oranje braadpannetje (Husqvarna) van mijn moeder gekregen. Ik geloof dat zij hem ook al tweedehands had, maar hij blijft fantastisch. Pannen met dikke bodems vind ik sowieso erg fijn koken.

Heb je een verzameling?
Flesjes olie en pakken bloem. Niet dat dat mijn bedoeling is, maar ik heb elke keer weer per se een bepaalde soort nodig. Die ik natuurlijk nét niet heb. En zo groeit mijn voorraadkast langzaam maar zeker helemaal dicht.
&
Kroonkurken van Bionadeflesjes. Ooit, als ik een eigen huis met een eigen keuken heb, zou ik de achterwand willen bekleden met al die dopjes. Maar daarvoor moet ik nog heel wat flesjes leegdrinken. Gelukkig is het ook één van mijn favoriete drankjes.

Welk ingrediënt zou je zelf wel willen zijn?
Euh, een puntpaprika? Omdat hij eruit ziet als een scherpe peper, maar stiekem heel erg fris en zoet is. Net als ik zou ik willen zeggen, maar dat klopt voor geen meter. Andersom zou het trouwens ook niet kloppen.

Rare gewoonte wat koken betreft.
Mijn rare gewoonte heb ik vooral na het koken. Bij de afwas beweegt mijn tong steeds langs mijn gehemelte. Precies gelijk met de bewegingen van de afwasspons. Een flinke afwas resulteert zo altijd in een enorm droge mond.

Bijzondere eet/geur herinnering.
De keer dat mijn moeder thuiskwam met een half schaap. In mijn herinnering was ze dagen in de weer met hakmessen en de vleesmolen. Met een diepvries vol schapenworst- en stoofvlees als resultaat. Nu vind ik het indrukwekkend, toen vond ik het vooral smerig en raar.

Met wie wil je wel eens een vorkje prikken?
Met mijn overleden opa. Omdat hij overleed, niet lang nadat we hadden ontdekt hoeveel we elkaar eigenlijk te vertellen en te vragen hadden.

Wat is je favoriete recept en waarom?
Pasta Vongole. Vooral omdat ik dat maakte toen ik besloot weer eens écht lekker te koken, ook al zat ik me ongelofelijk alleen te voelen midden in een zware scheiding. En dat nog in een treurige vinexwijk ook. Dit gerecht zette mijn zintuigen weer op scherp.

Zeepmonsters!

Tja, wat moet je met al die vrije dagen in de Kerstvakantie? Zeepmonsters maken! Nauwelijks werk, geen viezigheid en een spectaculair gezicht. Vooral als ze langzaam maar zeker je hele magnetron beginnen te vullen. En je wassen met een monster is toch véél leuker dan met saaie douchegel!

Het enige nadeel: de omgeving van de magnetron gaat enorm naar zeep ruiken. Al is dat in sommige keukens juist een voordeel…

Het eerste zeepmonster          Het tweede zeepmonster

Zo maak je een zeepmonster:
Leg een stuk zeep op een bord in de magnetron en zet deze op vol vermogen aan. Maximaal twee minuten of tot het zeepmonster niet meer groeit. Pak hem er voorzichtig uit: de eerste paar seconden is hij nog flink heet.

Pen

Met een pen kun je ongelofelijk veel dingen doen. Als de penpunt nog netjes in het pennenlichaam verborgen is bijvoorbeeld, is het een ideale schilfertjes-van-nagelriem-verwijderaar. Of een cirkeltjesdrukker; voor een beeldschoon patroontje in het zachte vlees van de muis van mijn hand. Mooi hoor, zoveel verzamelde bolletjes, symmetrisch uitgelijnd en netjes de lijnen van mijn hand volgend.

De kleine cilinder met opstaand randje aan de achterkant van mijn pen blijkt een ideaal likobject. Het puntje van mijn tong net klein genoeg om het kuiltje binnen de randjes te onderzoeken. Kan ik dat Parkerlogo nu echt voelen of verbeeld ik me dat maar?

Met de achterkant van mijn pennen onderzoekend in mijn mond zijn er zo weer vijf minuten voorbij. ja, voelen kan ik het logo wel. Al is daadwerkelijk tonglezen in dit stadium nog wat te hoog gegrepen.

Met een kleine duw van mijn kin flupt de penpunt naar buiten. Nog meer mogelijkheden! het blauwe puntje is precies puntig genoeg om gaatjes te prikken in het leeslint van mijn opschrijfboekje. Gelukkig laat dit geen zichtbare schade achter. De vezeltjes wijken netjes uiteen als ik mijn pen bruusk door het glimmende lintje heen steek. Maar ze sluiten zich even snel weer tot een keurig geheel zodra ik hem weer terug trek. Fascinerend hoor.

Nagels schoonmaken gaat trouwens ook prima. Mits je de blauwe streepjes onder je nagel geen bezwaar vindt. Ik niet. Liever blauwe streepjes dan grauwe.

Wat een mogelijkheden heeft zo’n eenvoudige pen toch. En dan heb ik het nog niet eens over het grappige gevoel dat het vastklemmen van mijn nagel in de schroefdraad geeft. Of het ritmische geluid van het in- en uitdrukken van het achterop-knopje.

Maar schrijven met diezelfde pen… dat liever niet vandaag. Hij vermaakt me zo al meer dan welke tekst dat ooit zou kunnen…

Rode bloem

Eindelijk alleen. Ik zet direct mijn koptelefoon op om me ook voor de laatste geluiden af te sluiten. Waarom wilde ik eigenlijk praten? En jemig, dacht ik nou echt dat deze avond het goede moment was om het uitgebreid te hebben over de weg die ik moet inslaan met werk?

Wat een idioot ben ik ook. dan spreek je toch met iemand thuis af. Met vage kennissen en onbekenden op een festival heb je geen verhelderende gesprekken. Daar drink en lach je wat. Dat moet genoeg zijn.

Als ik even opkijk zie ik verderop in de straat een vage kerel. Tenminste, zo ziet hij eruit. Lang, ongewassen haar, zenuwachtig loopje en duidelijk niet van plan me zomaar te laten passeren. Ik richt mijn ogen snel weer op de grond en frummel wat aan de mouw van mijn trui. En direct daarna aan mijn haar. Wat is dat toch? Dat ik altijd ergens aan moet zitten als ik me bekeken voel of weet. Statig of op zijn minst ontspannen voorbijlopen zou er stukken minder lullig uitzien.

Ja hoor, de man begint te praten. Tegen mij of tegen zichzelf? Nee, het is toch duidelijk dat eerste. Ik schuif mijn koptelefoon in mijn nek en vraag hem wat hij zei. ‘Die rode is mooi hè!’ Die rode? Die rode wat? Ik heb geen idee wat hij bedoelt. Zijn slungelige arm zwaait richting een perkje naast de speeltuin. O, hij bedoelt een bloem. ‘Ik vind die andere ook wel heel mooi hoor’, geef ik als antwoord. Gewoon een keertje ja zeggen lukt me zelfs nu niet. Zelfs niet als ik zo snel mogelijk van iemand af wil plak ik er nog een maar achter.

Nee, vooral de rode bloem is mooi, vindt de man. En er volgt een verhandeling over de moeite die hij heeft gedaan om de bloemenstuikjes rond de speeltuin tot bloei te laten komen. Planten, uitgraven, herplanten… ‘Vooral die paar daar in de hoek, die moeten elke avond wat extra water. Ze staan namelijk in de schaduw van die boom. Zie je dat?’ Ik kijk met hem mee terwijl hij lopend en wijzend de baan laat zien die de zon elke dag maakt. Ik knik. Ik begrijp het. ‘Het ziet er gezellig uit. Volgens mij is dit het mooiste speeltuintje in de buurt’, doe ik mijn best vriendelijk te zijn.Even twijfelt hij. Wat moet ik nou met zo’n opmerking lijkt hij te denken. Dan knikt hij instemmend richting zijn rode favoriet. ‘Ach, het is maar ruimte.’