Maandelijks archief: augustus 2009

Tijdloos

Gerda draagt al jaren geen horloge meer. Ze vertelt het alsof ze in tijden niet zoiets vrijpostigs heeft meegedeeld. ‘Tijdens de zwangerschap van de tweeling heb ik hem afgedaan. En sindsdien nooit meer om gehad’, zegt ze met een schalks lachje. ‘Als ik de tijd echt moet weten kan ik het toch ook aan iemand vragen.’

Haar toehoorder is duidelijk geïmponeerd. ‘Tja, het is natuurlijk wel vakantie’, doet ze aarzelend een duit in het zakje. Maar zelf zo’n wild besluit nemen, dat past niet bij haar. Stel je eens voor zeg! Voor je het weet ligt de kleine een kwartier te laat op bed…

Rode bloem

Eindelijk alleen. Ik zet direct mijn koptelefoon op om me ook voor de laatste geluiden af te sluiten. Waarom wilde ik eigenlijk praten? En jemig, dacht ik nou echt dat deze avond het goede moment was om het uitgebreid te hebben over de weg die ik moet inslaan met werk?

Wat een idioot ben ik ook. dan spreek je toch met iemand thuis af. Met vage kennissen en onbekenden op een festival heb je geen verhelderende gesprekken. Daar drink en lach je wat. Dat moet genoeg zijn.

Als ik even opkijk zie ik verderop in de straat een vage kerel. Tenminste, zo ziet hij eruit. Lang, ongewassen haar, zenuwachtig loopje en duidelijk niet van plan me zomaar te laten passeren. Ik richt mijn ogen snel weer op de grond en frummel wat aan de mouw van mijn trui. En direct daarna aan mijn haar. Wat is dat toch? Dat ik altijd ergens aan moet zitten als ik me bekeken voel of weet. Statig of op zijn minst ontspannen voorbijlopen zou er stukken minder lullig uitzien.

Ja hoor, de man begint te praten. Tegen mij of tegen zichzelf? Nee, het is toch duidelijk dat eerste. Ik schuif mijn koptelefoon in mijn nek en vraag hem wat hij zei. ‘Die rode is mooi hè!’ Die rode? Die rode wat? Ik heb geen idee wat hij bedoelt. Zijn slungelige arm zwaait richting een perkje naast de speeltuin. O, hij bedoelt een bloem. ‘Ik vind die andere ook wel heel mooi hoor’, geef ik als antwoord. Gewoon een keertje ja zeggen lukt me zelfs nu niet. Zelfs niet als ik zo snel mogelijk van iemand af wil plak ik er nog een maar achter.

Nee, vooral de rode bloem is mooi, vindt de man. En er volgt een verhandeling over de moeite die hij heeft gedaan om de bloemenstuikjes rond de speeltuin tot bloei te laten komen. Planten, uitgraven, herplanten… ‘Vooral die paar daar in de hoek, die moeten elke avond wat extra water. Ze staan namelijk in de schaduw van die boom. Zie je dat?’ Ik kijk met hem mee terwijl hij lopend en wijzend de baan laat zien die de zon elke dag maakt. Ik knik. Ik begrijp het. ‘Het ziet er gezellig uit. Volgens mij is dit het mooiste speeltuintje in de buurt’, doe ik mijn best vriendelijk te zijn.Even twijfelt hij. Wat moet ik nou met zo’n opmerking lijkt hij te denken. Dan knikt hij instemmend richting zijn rode favoriet. ‘Ach, het is maar ruimte.’