Zeepmonsters!

Tja, wat moet je met al die vrije dagen in de Kerstvakantie? Zeepmonsters maken! Nauwelijks werk, geen viezigheid en een spectaculair gezicht. Vooral als ze langzaam maar zeker je hele magnetron beginnen te vullen. En je wassen met een monster is toch véél leuker dan met saaie douchegel!

Het enige nadeel: de omgeving van de magnetron gaat enorm naar zeep ruiken. Al is dat in sommige keukens juist een voordeel…

Het eerste zeepmonster          Het tweede zeepmonster

Zo maak je een zeepmonster:
Leg een stuk zeep op een bord in de magnetron en zet deze op vol vermogen aan. Maximaal twee minuten of tot het zeepmonster niet meer groeit. Pak hem er voorzichtig uit: de eerste paar seconden is hij nog flink heet.

Beeldig gevonden

Jaaaa, hij is binnen! Mijn exemplaar van Beeldig gevonden! Nog een paar uurtjes nuttige dingen doen en dan mag ik lekker bladeren, snuffelen aan de bladzijden en heel ver zoek raken in dit prachtige teken-, schrijf- en plakboek van Brunhilde Borms en illustrator, vormgeefster en held Julie Tavernier.

Op de website www.beeldiggevonden.be staat trouwens nog veel meer moois.

Beeldig Gevonden van Julie Tavernier

Een klus voor donkere avonden

Een tijdje geleden was ik voor ons kruidnotenboek op zoek naar jurken. Ik kwam terecht bij een kneuterig winkeltje in Arnhem: Fabulous Fifties. De eigenaresse koopt jurken in, maar maakt ze ook. Prachtige fifiesjurken, precies zoals jij ze wilt. Maar nóg mooier vond ik de spulletjes die ze verstopt had in de la onder de toonbank. Rare brillen, schattige speltjes en oorbellen en prachtige oude patronen.
             

Twee heb ik er meegenomen. Omdat de plaatjes zo mooi zijn (zelfs met koffievlek). Omdat ik de middelste jas zo vreselijk mooi vind. En, mdat ik al tijden zoek naar een patroon van het perfecte Marije-jurkje. Al is het niet-vinden ook een fantastisch excuus om onder het naaiwerk uit te komen. Nu maar hopen dat de jurkjes écht zo eenvoudig te maken zijn als hun naam beloofd. En de tijd maken om eindelijk weer eens achter mijn naaimachine te kruipen…

Leuke bijkomstigheid

Een boek maken was fantastisch. Zeker omdat het nog véél mooier is geworden dan ik ooit had durven dromen. Ook leuk: de rollen zijn ineens omgedraaid. In plaats van zelf te interviewen, vragen mensen mij van alles. In de Flair, bijvoorbeeld. En omdat lang niet alle tijdschriften een fotograaf voorhanden hebben in het verre noorden, mocht Judith van der Meulen de foto’s bij het artikel maken. Wat zijn ze mooi geworden! Logisch, want zij is ook de fotografe die de prachtige foto’s in ons kruidnotenboek maakte.

Samen Stampen

Raar is dat. Als ik met mijn boodschappenmandje in de supermarkt sta, heb ik vaak geen idee wat ik moet eten. Mailt een opdrachtgever dat hij een artikel wil over stamppotten, dan heeft hij nog geen vijf minuten later een reactie met verschillende suggesties. Creativiteit bestaat bij de gratie van kaders en beperkingen. Bij mij tenminste.

Maar goed. Stamppotten dus. Het perfecte excuus om eindelijk die superdeluxe pureeknijper aan te schaffen. En om een middag lekker te koken en kliederen met Krijn en Jelle.

Met zeer grote dank aan Sander Koenen voor de mooie beelden!

Burny Bos

Soms krijg je de kans iemand te interviewen die al heel lang op je verlanglijstje staat. Burny Bos was voor mij zo iemand. Omdat ik hem ooit eerder sprak, maar dat duidelijk veel te kort was, omdat hij aan de wieg stond van de tv-programma’s waarmee ik ben opgegroeid, omdat hij enthousiast en bevlogen is én omdat hij niet bang is lekker ongenuanceerd zijn mening te geven op momenten dat hij meent dat dat nodig is.

Superleuk dus, dat ik voor de docentenglossy Jem de kans kreeg hem uitgebreid te spreken. Jammer alleen dat halverwege het gesprek bleek dat mijn opname apparaatje niets had opgenomen…

Klik op het plaatje om te lezen wat ik nog van mijn aantekeningen en de tweede helft van de opnamen heb kunnen brouwen.

Verzameldrift

Als ik aan mijn vroegere verzamelingen denk voel ik me met terugwerkende kracht behoorlijk sneu. Wat was het leuk geweest als ik hier kon beweren dat ik op achtjarige leeftijd zo origineel was om brilmonturen te sparen. Of een niet te bedwingen neiging had tot het verzamelen van mooie woorden. Helaas, mijn verlangens waren banaler: gummetjes, knijpbeestjes, stickers en mooie lapjes.

Jaren later sleep ik deze verzamelingen nog elke verhuizing met me mee. De stickers plakken niet meer en de gummen gezinnetjes brokkelen uiteen. Moeder eend heeft nog maar een halve snavel. Pa konijn (want gemaakt van blauwe gum) mist anderhalf konijnenkind. De paarse kruiwagen, eens de trots van mijn gummenverzameling, moet het doen zonder wiel en met slechts één handvat. Ook de lapjes liggen nog altijd ongebruikt in hun oude waspoederdoos.

Knijpbeestjes
Alleen de knijpbeestjes heb ik niet meer. Want, zo beweerde mijn beste vriendinnetje destijds: ‘Jouw verzameling wordt toch nooit groter dan de mijne, dus dan kun je ze net zo goed aan mij geven.’ Op vergelijkbare wijze veroverde ze ook mijn Barbiekleertjes en het Barbiepaard dat ik van Sinterklaas gekregen had. Want zij had al een echt werkende douche én een auto voor haar Barbiepoppen.

Nooit heb ik sinds mijn kindertijd de aandrang gehad om iets te sparen. Het boek dat ik per se wilde hebben of het zoveelste perfecte jurkje kocht ik om hun individuele waarde. Niet vanwege het vervolmaken van een verzameling. Tot ik in één zo’n hebbeboek een idee tegenkwam dat ik wel moest stelen. Of iets charmanter verwoord: dat mij mateloos inspireerde. Een nieuwe verzamelwoede was geboren. Ik, Marije, verzamel fruitstickers.

Mooi exemplaar
Hulp wil ik niet. Alleen stickertjes van door mijzelf geconsumeerd fruit verdienen een plakje achterin mijn notitieboekje. Slechts één keer heb ik gezondigd. Iemand naast mij at een banaan met zo’n mooi exemplaar dat ik twee hapjes heb gebietst. En daarmee ook het recht de sticker aan mijn verzameling toe te voegen.

Sindsdien staat het blauwzwarte rondje ietwat afwijkend te zijn tussen de keurig in het gelid staande exemplaren van Braeburn appels en een enkele Chiquitabanaan. Maar o, wat is hij mooi! En dat ik de enige ben die dat ziet is alleen maar mooi. Niemand pakt deze verzameling nog van mij af. Ze zouden het waarschijnlijk niet eens willen…

Pen

Met een pen kun je ongelofelijk veel dingen doen. Als de penpunt nog netjes in het pennenlichaam verborgen is bijvoorbeeld, is het een ideale schilfertjes-van-nagelriem-verwijderaar. Of een cirkeltjesdrukker; voor een beeldschoon patroontje in het zachte vlees van de muis van mijn hand. Mooi hoor, zoveel verzamelde bolletjes, symmetrisch uitgelijnd en netjes de lijnen van mijn hand volgend.

De kleine cilinder met opstaand randje aan de achterkant van mijn pen blijkt een ideaal likobject. Het puntje van mijn tong net klein genoeg om het kuiltje binnen de randjes te onderzoeken. Kan ik dat Parkerlogo nu echt voelen of verbeeld ik me dat maar?

Met de achterkant van mijn pennen onderzoekend in mijn mond zijn er zo weer vijf minuten voorbij. ja, voelen kan ik het logo wel. Al is daadwerkelijk tonglezen in dit stadium nog wat te hoog gegrepen.

Met een kleine duw van mijn kin flupt de penpunt naar buiten. Nog meer mogelijkheden! het blauwe puntje is precies puntig genoeg om gaatjes te prikken in het leeslint van mijn opschrijfboekje. Gelukkig laat dit geen zichtbare schade achter. De vezeltjes wijken netjes uiteen als ik mijn pen bruusk door het glimmende lintje heen steek. Maar ze sluiten zich even snel weer tot een keurig geheel zodra ik hem weer terug trek. Fascinerend hoor.

Nagels schoonmaken gaat trouwens ook prima. Mits je de blauwe streepjes onder je nagel geen bezwaar vindt. Ik niet. Liever blauwe streepjes dan grauwe.

Wat een mogelijkheden heeft zo’n eenvoudige pen toch. En dan heb ik het nog niet eens over het grappige gevoel dat het vastklemmen van mijn nagel in de schroefdraad geeft. Of het ritmische geluid van het in- en uitdrukken van het achterop-knopje.

Maar schrijven met diezelfde pen… dat liever niet vandaag. Hij vermaakt me zo al meer dan welke tekst dat ooit zou kunnen…